Johan leeft!
- Koen van Veen

- 17 feb
- 8 minuten om te lezen

Portretten in cafés, standbeeldjes in vensterbanken en op daken, graffiti, hedendaagse shirts met Cruijff en nummer 14 achterop, een poster van Cruijff met een aanplakbiljet eroverheen voor een vermiste hond, bierglazen met zijn gezicht erop. Cruijff is helemaal niet dood, in Amsterdam leeft hij nog, zo valt te zien in het nieuwe boek van FootballCulture: Johan Leeft!
Een boek waarvan ik direct wist dat ik het in huis moest hebben. Niet omdat ik Cruijff bewust heb meegemaakt als voetballer of trainer (want dat heb ik niet). Ook niet omdat ik nog steeds spijt heb dat ik de kans gemist heb om de bundel van KlausPutzer te bestellen (al zit dat me nog steeds dwars). Maar omdat Cruijff, net als andere grote oud-voetballers, altijd mijn fascinatie heeft gehad. Meer nog dan de hedendaagse topspelers en de helden uit mijn eigen jeugd.
Ik heb het boek dus meteen besteld. Net als ik in 2016 twee exemplaren van Het Parool wist te bemachtigen in de dagen na het overlijden van Cruijff. Eentje van 25 maart, de dag na zijn overlijden, uiteraard volledig gewijd aan De Verlosser. Eentje van de dag erna met de geweldige Kamp Seedorf-tekening van Cruijff met een peuk op zijn lip op de voorpagina.
Helden uit het verleden
Wat moet ik daarmee? Ik ben geboren in de tijd dat Cruijff zonder het te weten bezig was aan zijn laatste jaren als trainer, ik ben geen fan van Ajax of Barcelona en het Oranje-virus heeft me ook nooit te pakken gehad. Ik ben niet direct de doelgroep dus, zou je denken.
Maar ik liep als middelbare scholier al met een shirt van de Cruijff Foundation, waarop Cruijff als een soort Ché Guevara was afgebeeld. Als ik wissel stond (dat kwam nog wel eens voor), wist ik niet hoe snel ik nummer 14 uit de tas moest grissen. Op de training liep ik bovendien in een Maradona-shirtje (Argentinië, ik zag de waarde nog niet van een nep Napoli-shirt met zijn naam). En in die periode was ik ook een tijdje gefascineerd door Pelé en Epi Drost, een speler die in de jaren 60 en 70 furore maakte bij Twente.
Allemaal spelers die ik nooit heb zien spelen, maar die blijkbaar toch meer tot de verbeelding spraken dan spelers die op dat moment actief waren. Niet dat ik niet opkeek naar de toppers uit mijn jeugd. Ook ik deed maar wat graag ‘de Zidane-truc’, nam aanlopen a la Roberto Carlos, juichte als Ronaldo en liep rond in een shirtje met Totti op de rug.
Maar die helden uit het verleden hadden iets nóg magischer, misschien wel omdat ik ze nooit had zien spelen. Ze nooit heb kunnen beoordelen op het moment dat ze de dingen deden die ze deden.
Misschien dat ik ze daarom als jong ventje wel licht verafgoodde? Is dat een logische verklaring?
De Magie in beeld
Dat die magie ook nu nog leeft, blijkt wel uit onderstaand filmpje dat regelmatig in mijn social media-algoritme voorbijkomt. Niet van de goal die Cruijff maakte met dat lintje in zijn hand. Niet van die goal van Maradona tegen Engeland. Ook geen compilatie van hun goals, maar een op het eerste oog nietszeggend filmpje van een willekeurige voetbaltribune.
Maradona loopt de trap van die tribune af, wordt bij zijn schouder gepakt, draait zich om en ziet dat het Johan Cruijff is die hem staande houdt. Ze geven elkaar een hand en twee zoenen en zeggen snel even iets tegen elkaar. Maradona loopt daarna door, met een haast kinderlijk verlegen blik op zijn gezicht.
Maradona, die met de Napolitaanse maffia optrok, die op journalisten schoot, die meer cocaïne gezien heeft dan de Rotterdamse haven. Zelfs die is starstruck als hij Jopie uit Betondorp ziet. Klasse (h)erkent klasse. Maradona noemde het Oranje van het WK 74 het beste team ooit en wist achteloos de namen op te noemen van spelers die in dat team uitblonken. Waaronder uiteraard Cruuf. Een van zijn grote voorbeelden.
En ook Cruijff lijkt zich even geen houding te geven nadat hij Diego de hand heeft geschud. Ook voor hem betekent het veel. Hij kijkt haast alsof hij op straat gegroet wordt door de stoerste jongen uit een hogere klas. Hij probeert zich heel groot te houden, maar je ziet de trots op zijn gezicht. Alsof hij het gelijk aan iedereen wil vertellen.
Diego leeft ook
Waar ik in mijn puberteit meer interesse had voor Cruijff, is dat de laatste jaren verschoven naar die andere grootheid: Maradona. Om daar een voorbeeld van te geven: een jaar of 6 geleden sprak ik een Argentijn in Colombia. Die jongen had voor de Argentijnse voetbalbond gewerkt in de tijd dat Maradona daar bondscoach was. Hij had hem dus wel eens de hand geschud en ik was zo kinderachtig om plechtig zijn hand te schudden zodat ik one handshake away was van Pluisje. Kinderachtig, maar ze pakken het me niet meer af.
En of dat nog niet genoeg was, kwam hij met het volgende verhaal op de proppen, een verhaal dat te mooi is om kapot te checken:
Maradona is op trainingskamp in het Midden-Oosten als hij wordt aangesproken door twee kleerkasten van beveiligers die hem vragen om een gesigneerd shirt voor ‘hun baas’. Maradona reageert door te zeggen dat hun baas hem dat dan maar zelf moet komen vragen als-ie een grote meneer is.
Hij denkt er verder niet meer aan, rookt een sigaar en gaat door met waar hij mee bezig was. Tot een dag later de twee mannen weer voor zijn neus staan, met de boodschap dat er een limousine voor het hotel staat. Hun baas wil hem ontmoeten. En of hij dus even een shirtje mee wil nemen.
Hij gaat mee, rijdt kilometers door de woestijn en krijgt het stiekem toch een beetje benauwd. Uiteindelijk doemt er midden in de woestijn een groot legerkamp op. Daar wordt hij een grote tent in geleid, waar hij nog even moet wachten tot de grote baas komt. Die baas blijkt uiteindelijk niemand minder dan Kolonel Gaddafi. De kolonel vraagt hem persoonlijk om een shirt met handtekening, zoals Diego de beveiligers geïnstrueerd had (zo zie je maar weer, er is weinig verschil tussen die kinderen met die bordjes in de stadions en een bloeddorstige dictator).
Elk ander mens zou hem het shirt in de hand hebben gedrukt en zou zich zo snel mogelijk een weg uit die tent hebben gezocht. Maradona niet. Die gaat nooit voor de makkelijkste oplossing, dus ook nu niet. In plaats van hem het shirt direct te geven vraagt hij er nog iets voor terug, en niet zomaar iets: het bekende kolonelskostuum van Gaddafi. Het gaat waarschijnlijk om dat gekke blauwe pak, dat behangen is met compleet overbodige medailles. Uiteraard krijgt hij het pak, hij is Diego Maradona.

En zo geschiedde ergens midden in de woestijn de misschien wel vreemdste shirtjesruil ooit.
Als het waar is tenminste, maar wie ben ik om zo’n verhaal in twijfel te trekken? Bovendien werd Maradona in 2003 ingehuurd door de zoon van Gaddafi, toen die om onverklaarbare redenen was gekocht door Perugia. De link was er dus sowieso. Diego werd overigens ingehuurd als technisch adviseur, wat dat ook mag zijn.
Al-Saadi Muammar Gaddafi, zoals Gaddafi junior voluit heet, was aanvoerder van het Libische elftal, maar dat had hij vooral te danken aan papa. Ze deden er ook weinig aan om die voorkeursbehandeling te verbergen. Zo was het een officiële regel dat bij wedstrijden geen namen werden opgenoemd bij de opstellingen, behalve die van Al-Saadi. De rest van de spelers waren niet meer dan rugnummers.
In het buitenland had Gaddafi senior blijkbaar ook invloed, want zonder dat zijn spel daar echt aanleiding toe gaf, zou Al-Saadi verkocht worden aan Birkirkara FC. Die club uit Malta speelde dat jaar in de voorronde van de Champions League. De transfer ging alleen niet door, maar er waren zowaar nog meer clubs geïnteresseerd, waaronder Perugia. Zo kon hij ineens aan de slag in de Serie A. Om dat tot een groot succes te maken schakelde hij dus de hulp in van Maradona.
Maar niet alleen van hem, ook Ben Johnson werd aan zijn persoonlijke staf toegevoegd, ook geen kleine meneer. Ben Johnson is een Canadese Olympisch kampioen op de 100 meter, al werd die medaille hem weer afgenomen toen hij betrapt werd op doping. Zoals bekend is, was ook Maradona niet vies van een hulpmiddeltje meer of minder. Maar dat zegt natuurlijk heeeeelemaal niets over Gaddafi junior, die niet verder kwam dan één invalbeurt tegen Juventus.
Bij de dopingcontrole na die wedstrijd liep hij direct tegen de lamp, hij had Nandrolon gebruikt (hallo Ben Johnson en Diego Maradona, hallo Jaap Stam, Frank de Boer en Edje Davids). Zijn tijd bij Perugia leverde in ieder geval nog het volgende, dodelijke commentaar op in de Italiaanse krant La Repubblica. “Gaddafi is zo traag dat hij zelfs op twee keer zijn natuurlijke snelheid nog twee keer zo traag is als traag kan zijn.” In het Italiaans klinkt dit ongetwijfeld veel mooier, maar je snapt wat ermee gezegd wordt.
Ook in zijn privéleven hield junior zich niet aan de regels. Zo vader, zo zoon. Daar zullen we maar niet diep op ingaan. Dit verhaal ging over Cruijff en Maradona. Want Maradona liet zich in met criminelen en andere louche figuren, maar hij was ook idolaat van Cruijff, die je toch niet in hetzelfde rijtje kunt plaatsen als de Napolitaanse maffia en de Gaddafi-familie.
Onaangepast
Johan Cruijff had ook zijn rafelrandjes en was zeker niet gemakkelijk om mee te werken, maar wat overheerst is de bewondering en waardering. Voor zover bekend gebruikte hij ook geen doping, integendeel: Jopie rookte als een ketter. Nou niet direct bevorderlijk voor je sportprestaties.
Wat hij wel gemeen had met Maradona (naast zijn voetbalkwaliteiten): ze waren allebei onaangepast. En dat is waarschijnlijk ook de reden voor mijn fascinatie voor figuren als Cruijff en Maradona. De volledige schijt aan de rest van de wereld. Volledig overtuigd zijn van je eigen gelijk en overal mee wegkomen omdat je de beste bent.
Maradona kon met een sigaar op de lip de training van het Argentijnse elftal leiden, zonder dat dat ook maar enige consequenties had. Cruijff kon uitleggen hoe het fileprobleem kon worden opgelost door gewoon de maximumsnelheid te verhogen, en iedereen dacht toch: hij zou wel eens gelijk kunnen hebben.
Zo is er ook de prachtige reportage van Michel van Egmond over Cruijff, waarin Johan in het voorbijgaan aan een aantal stratenmakers uitlegt wat ze anders moeten doen. Mannen die dus die avond thuis zijn gekomen en - met de verbazing nog steeds op hun gezicht - vertellen over een man die wel heel erg op Johan Cruijff leek, die ze even vertelde dat ze hun werk niet goed deden. Die mannen zullen hier ook nu nog vaak aan terugdenken. Ook in die huizen leeft Johan nog.
Dus waar een Gaddafi gelukkig gewoon dood is, leeft Johan gelukkig gewoon voort. Net als Diego. Net als Pelé. Net als Epi. En laten we hopen dat we later hetzelfde zeggen over Zinedine, (de echte) Ronaldo , Thierry, Francesco en de andere helden uit mijn jeugd.
Oh en koop dat boek, voor het te laat is!
Omdat je nooit genoeg Johan & Diego kunt zien
Je kunt maanden vullen met het kijken en luisteren naar fragmenten van Johan en Diego, je kunt hele bibliotheken vullen met boeken en tijdschriften en je kunt wolkenkrabbers volschrijven met anekdotes. Maar laten we klein beginnen. Check deze video's en bepaal dan zelf je verdere pad in het konijnenhol van de grootste voetballers die ooit geleefd hebben.
Hazes zingt voor Johan
Je kunt een Amsterdammer niet geiler krijgen dan met deze twee Mokumse helden. Een gezongen ode van Hazes aan Cruijff. Met zo'n zelfde omhelzing en zoen als bij Maradona.
Manu Chao zingt voor Diego
In dezelfde categorie. Een beroemde zanger zingt voor zijn grote held. In dit geval is Hazes ingewisseld voor Manu Chao en Johan voor Diego. Verder dezelfde bewondering en dezelfde passie. Wel iets meer ongemak trouwens.
Maradona is God, Messi is Jezus
Voordat Messi deed wat Maradona ook deed, Argentinië wereldkampioen maken, was de verdeling in Argentinië duidelijk. Maradona liep mijlenver voor op zijn opvolger. Die moest nog maar eens bewijzen dat zijn vaderland belangrijker was dan Barcelona. Dat is 'm gelukt en dat is ook terug te zien in die andere docu van Copa90: Once in a Lifetime, met enkele 'analisten' die ook in deze korte docu voorkomen.
Ook in het Engels is Cruijff onnavolgbaar
Nog zo'n filmpje dat zo nu en dan rondgaat op social media. Cruijff die bij de BBC even uitlegt hoe het spelletje nou in elkaar zit. Kunnen ze in Engeland het voetbal wel bedacht hebben, Johan heeft het opnieuw uitgevonden.




Opmerkingen